De baan is van ons allemaal, zowel baan- als wegatleten die lid zijn van C.A.V. Energie kunnen te allen tijde (als de baan geopend is) van de baan gebruik maken en om het gebruik ordelijk te laten verlopen moet men zich houden aan regels opgesteld in het huishoudelijk reglement.

Baanregels volgens het huishoudelijk reglement (2012) van C.A.V. Energie:

BAANREGELS
Artikel 25

Algemeen

  • Trainers worden geacht de baanregels te kennen en ernaar te handelen; daarnaast dienen zij de regels te verwoorden naar de trainingsgroepen.
  • Trainers dienen altijd in goed onderling overleg gebruik te maken van de baan.
  • Alle leden en baankaarthouders hebben toegang tot de baan en dienen met respect met elkaar om te gaan.
  • Bij gebruik van de accommodatie hebben de reguliere trainingsgroepen voorrang ten opzichte van de individuele beoefenaars.
  • Tijdens wedstrijden kan er niet worden getraind op de accommodatie.
  • Trainers zien toe op correct gebruik van het materiaal en de accommodatie; tevens zijn zij verplicht bijzondere aanwijzingen van het bestuur of de baanbeheerder in acht te nemen. Schade, die ontstaat door het niet nakomen van de aanwijzingen en baanregels kan worden verhaald op de trainer.
  • Na gebruik te hebben gemaakt van materiaal van de vereniging, dient dit correct opgeborgen te worden; dit geldt ook voor pionnen, horden e.d. Daarnaast zullen de trainers aan het eind van de       training toezien op het op de juiste wijze opbergen van het materiaal, het goed achterlaten van de gebruikte technische voorzieningen en het sluiten van de garagedeur.
  • Op baan en middenterrein zijn honden niet toegestaan. Op andere delen van de accommodatie       dienen honden beslist te zijn aangelijnd.
  • Het rekken tegen de reclameborden en tegen de kozijnen en banken is niet toegestaan. Het        herstel van beschadigingen en eventuele schoonmaakwerkzaamheden zijn voor rekening van de        veroorzaker.
  • Trainers zijn verplicht bij onweer dan wel andere extreme weersituaties de training te staken, ook indien deze training niet plaatsvindt op de baan.
  • Op onze baan is het niet toegestaan om tape of dergelijke ‘hulpmiddelen’  voor markeringen aan te brengen; bij de aanloop voor het verspringen is al markering aangebracht; voor het hoogspringen zijn rubberen blokjes aanwezig. Tape of krijt kan de toplaag van de baan verstoppen, waardoor het water niet meer weg kan.

 

Kunststofbaan

  • De baan altijd betreden vanaf het tegelpad. Nooit met modderschoenen. Ten behoeve van het        behoud van de kunststofbaan dient er bij het lopen op spikes gebruik gemaakt te worden van      speciale tartanpuntjes van bij voorkeur 5 mm maar maximaal 6 mm.
  • De binnenste baan (baan 1) is voor atleten, die hun programma lopen (snelheids- en tempo-training). Men dient hier achter elkaar te lopen, zodat snellere lopers moeiteloos buitenom kunnen passeren.
  • Tijdens de trainingsavonden kunnen de trainers in onderling overleg besluiten dat een bepaalde groep tempotraining doet in een andere baan dan baan 1.
  • Finish na de versnelling altijd naar de binnenkant van de baan toe; vanwege de veiligheid dient men naar binnen uit te stappen, het middenterrein op, zodat de binnenbaan direct vrij is voor achteropkomende lopers. Indien de tempo’s in baan 3 gelopen worden, dient naar buiten toe gefinisht te worden.
  • Het in- en uitlopen dient alleen in de buitenste banen (5 en 6) te gebeuren. Langdurig in- en        uitlopen dient niet op de baan plaats te vinden.

 

Middenterrein

  • Het grasveld van het middenterrein is primair bestemd voor de werptrainingen. Het is echter niet toegestaan op het middenterrein te werpen tussen 19:00 en 19:30 uur; dit om lopers de mogelijkheid te geven om loop-, rek- en strekoefeningen te laten verrichten op het grasveld.
  • Het grasveld mag op geen enkele manier moedwillig beschadigd worden (geen gaten in trappen, etc.).
  • Het grasveld mag als de weersomstandigheden dit toelaten ook voor andere trainingen gebruikt worden.
  • In voorkomende gevallen wordt via posters melding gemaakt van de conditie van het grasveld. Naast aanwijzingen van de baanbeheerder zijn er twee stelregels voor het niet gebruiken van het grasveld:
    1. Indien er plassen op het grasveld staan.
    2. Indien het gras bevroren is (wit uitgeslagen).
    Looptrainingen kunnen wel doorgang vinden als de ondergrond bevroren is. Trainingen met speer en discus zijn bij een bevroren ondergrond niet toegestaan.
  • Niet roken op het middenterrein !

 

Technische voorzieningen

  • Kogelstoten: kogels nooit op het beton of kunststof laten vallen, maar altijd op het gravel.
  • Discuswerpen: de disci liggen in het materiaalhok. Techniektraining in de oefensector buitenzijde baan/spoorbaanzijde uitsluitend met rubber disci.
  • Speerwerpen: speren worden rechtop gedragen (Het zijn geen wandelstokken !) Niet op leunen en zeker niet mee in de baan prikken!
  • Hoogspringen: Na gebruik de overkappingen weer correct aanbrengen.
  • Hoogspringen en verspringen: klassikaal in de brede bak aan de overzijde van de baan (sector 5). Individueel in sector 2. Tijdens de training over de zwarte matten teruglopen. Na de training het zand in de bak terugvegen en de matten bevestigen.

 

Veiligheid op en rondom de baan

  • Wees altijd voorzichtig bij het oversteken van baan of veld. Kijk in welke baan er wordt gelopen en of er werptrainingen zijn. Vooral in het wedstrijdseizoen worden er relatief vaak discus- en speertrainingen gedaan. Houd er rekening mee dat sommige junioren met een speer tussen de 40 en 55 m verkunnen gooien !
  • Loop niet door andere trainingsgroepen heen !
  • Wees als loper, ook tijdens de training, alert op baangebruikers die – ondanks deze regels –   onvoorzichtig op de baan lopen.

 

 Veiligheid op de openbare weg

  • Lopers dienen zich aan de algemene en lokale (verkeers)regels te houden, tenzij door de organisatie middels herkenbare aanduidingen anders is bepaald (verkeersregelaars of andere aanwijzingen vanuit de organisatie).
  • Een deelnemer (loper en fietser) moet bij nacht (tijdstip gelegen tussen zonsondergang en zonsopkomst) EN bij atmosferische storingen van bijzondere aard (bijvoorbeeld regen, mist enz. met een zicht van minder dan 200 meter) goed zichtbaar zijn voor het overige verkeer door middel van het dragen van een fluorescerend jasje/hesje. Daarnaast wordt de loper geadviseerd om gebruik te maken van passieve of actieve verlichting.
  • De lopers gaan twee aan twee de weg op en indien deze te smal is achter elkaar. Meer dan twee lopers naast elkaar kan alleen in open terrein, zoals op brede bospaden of op het strand.
  • Indien de veiligheid van de training door extreme weersomstandigheden niet voldoende gegarandeerd kan worden, kan de trainer besluiten de training af te gelasten of eerder terg te keren.
  • Een trainer beschikt tijdens trainingen te allen tijde over een mobiele telefoon voor het geval zich calamiteiten voordoen. De organisatie stelt hiervoor mobiele telefoons ter beschikking aan de trainers.

 

Mart 2012